Wijnroute Côte de Nuits

Wijnroute Côte de Nuits
Bureau Interprofessionel des Vins de Bourgogne

21000, Dijon

Een route langs wereldberoemde wijngaarden met mooie kastelen. Het heet hier niet voor niets de Champs-Elysées van Bourgondië. 

Vertrekpunt route: Dijon
Aantal kilometers: 40 kilometer

Dit is het noordelijke deel van de wijnroute van de Grand Crus, namelijk van Dijon tot Corgoloin.

De zacht glooiende hellingen van deze streek brengen geweldige rode wijnen voort. Van de 33 Grands Crus uit Bourgondië worden de meeste in de Côte de Nuits gemaakt. Het zijn wereldberoemde namen zoals Romanée Conti, Clos de Vougeot, Nuits-Saint-Georges en Chambertin.  

In het hooggelegen achterland van deze route, de Hautes-Côtes worden karaktervolle wijnen geproduceerd die wat minder bekend zijn.

De wijnroute Côte de Nuits voert langs beroemde wijngaarden, indrukwekkende wijnhuizen en mooie kastelen, en pittoreske oude wijndorpjes. Hij gaat door de volgende plaatsen:

  • Dijon: de hoofdstad van Bourgondië, het vertrekpunt van deze route, maakt net als de wijngaarden deel uit van het UNESCO Werelderfgoed Climats de Bourgogne. In de Cité de la Gastronomie is de oude kapel gewijd aan de climats, de wijngaarden van deze streek. Binnen de agglomeratie wordt de wijnbouw sinds enige tijd weer opnieuw op gang gebracht, onder andere op het Plateau van Cras.
  • Chenôve: deze gemeente bezit twee oude wijnpersen, die ooit van de hertogen van Bourgondië waren. Ze dateren uit de 14e eeuw, uit de tijd van Jan zonder Vrees. Nadien werden ze, tot 1567, eigendom van Franse koningen. Samen met de persen van Clos de Vougeot, behoren ze tot de grootste en oudste van de regio. Tot 1926 waren ze in bedrijf. Rondom Chenové hadden de hertogen circa 50 hectaren aan wijngaarden. Er is een wandelroute uitgezet langs het kleine erfgoed van Chenôve, Le Parcours de l’Escargot (het slakkenparcours). De naam verwijst naar de slakkenkwekerij die er begin vorige eeuw was gevestigd.
  • Marsannay-la-Côte: hier maken ze zowel witte als rode en rosé wijnen van een uitstekende kwaliteit. Het bos achter de wijngaarden maakt deel uit van een Natura 2000 gebied. In de vallei Combe Pévenelle is een rots te zien die bij vorst lijkt te huilen: La Roche qui Pleure vormt dan stalactieten van ijs.
  • Couchey: in de 13e eeuw werd in dit wijndorp een versterkt huis gebouwd dat later werd uitgebreid tot een kasteel. Dat is in privébezit en niet te bezichtigen. In het kasteelpark staat nog een oude ronde duiventil met 1600 nestvakken die vermoedelijk uit de 15e eeuw dateert.
  • Fixin: heeft het kleinste Musée de France, namelijk het museum Claude Noisot (1781-1861) dat ’s zomers in de weekenden beperkt open is. Claude Noisot was grenadier van de Keizerlijke Garde, kunstschilder en innovatief wijnbouwer. In het park van het museumpje staat het bronzen beeld Le Réveil de Napoléon uit 1847 dat is gemaakt door François Rude aan wie in Dijon een museum is gewijd.
  • Brochon: een Bourgondisch wijndorp met een Loire-kasteel. Politicus en dichter Stephen Liégeard liet zijn Château de Brochon aan het einde van de 19e eeuw bouwen in de stijl van de Loire-kastelen. Het wordt omgeven door wijngaarden en een groot park met een rozentuin. In de zomermaanden is het kasteel in de weekenden beperkt te bezichtigen. De bijzondere windmolen werd in 1898 besteld om het kasteel van stromend water te kunnen voorzien. In La Combe de Brochon, de vallei, is het heerlijk wandelen.
  • Gevrey-Chambertin: hier is bij opgravingen in 2008 de oudste Bourgondische wijngaard teruggevonden. Die dateert uit de eerste eeuw voor Christus, de Gallo-Romeinse periode en is niet meer in gebruik. Van recentere datum, uit het jaar 640, is de Clos de Bèze, de wijngaard die ooit van de monniken van de Abdij van Bèze was.
  • Morey-Saint-Denis: in dit plaatsje hadden de Bernardinessen van de abdij Notre dame de Tart, het eerste Cisterziëncer klooster voor vrouwen, hun wijngaard Clos de Tard. Tegenwoordig worden er maar liefst vijf verschillende Grand Cru wijnen gemaakt.
  • Chambolle-Musigny: dit dorp is bovenop een ondergrondse stroom, de Grône, gebouwd en die zorgt weleens voor overstromingen. De dorpskerk, uit het begin van de 16e eeuw, is in gotisch-bourgondische stijl en heeft nog muurschilderingen uit 1539. Ook de ramen dateren uit de 16e eeuw. Op de pelgrimsroute naar Santiago-de-Compostella is, aan de voet van de heuvel Le Grogniot richting Combe Ambin, een kapelletje uit 1792 te zien.
  • Vougeot: het meest prestigieuze wijnkasteel van de regio staat in Vougeot en hier zetelt de Confrérie des Chevaliers du Tastevin, de broederschap voor de Bourgognewijnen. In de middeleeuwen was het de werkplaats van de monniken van Cîteaux. Hun oude wijnpersen staan er nog steeds.
  • Vosne-Romanée: een dorp met gerenommeerde wijngaarden zoals Richebourg, Romanée, Romanée-Conti, Romanée Saint-Vivant, en La Tâche. Bij het kruisbeeld voor de wijngaard van Romanée-Conti, waar de druiven voor de duurste wijnen ter wereld groeien, maken toeristen de hele dag door foto’s.
  • Nuits-Saint-Georges: een beroemd en levendig wijnstadje halverwege Dijon en Beaune. Er is elk jaar een grote wijnveiling ten behoeve van het oude ziekenhuis. In het achterland, bij Concoeur, wordt cassis verbouwd.
  • Premeaux-Prissey: een dorpje met zo’n 350 inwoners, twee kerken en een kasteel. Vanwege de kwaliteit van het water van de bron Source de la Courtavoux waren er in de vorige eeuw gedurende een aantal decennia thermen. Ook in de Gallo-Romeinse tijd waren de bronnen van Premeaux-Prissey al bekend vanwege hun geneeskrachtige eigenschappen. In de 12e eeuw werd er een leprozerie gevestigd die eveneens gebruik maakte van het medicinale water. Verder had Premeaux een steengroeve.
  • Comblanchien: terwijl steen uit Premeaux beige was, werd steen uit Comblanchien gewaardeerd vanwege de roze kleur. Vanaf de 16e eeuw tot in de jaren ’80 van de 20e eeuw waren de steengroeven in bedrijf. Een zwarte dag in de geschiedenis van dit plaatsje was 21 augustus 1944 toen acht mannen werden gedood, negen mannen werden gedeporteerd en het dorp in brand werd gestoken door de Duitsers. Het was een vergelding wegens verzet vanuit het nabijgelegen Arcenant.
  • Corgoloin: de oude wijngaard Le Clos de Langres vormt de grens tussen de Côte de Nuits en de Côte de Beaune. Deze wijngaard werd in de 10e eeuw aangeplant door de monniken van Cluny, was later van de abdij van Cîteaux en kwam vervolgens in handen van het kapittel van de Kathedraal van Langres. Het mooie landhuis dateert uit de 19e eeuw.

Route en kaart: ©Vins de Bourgogne.