Een beroemd en levendig wijnstadje halverwege Dijon en Beaune dat z’n naam gaf aan de beroemde wijnstreek Côte de Nuits. Er is elk jaar een grote wijnveiling ten behoeve van het oude ziekenhuis.
Langs de belangrijkste gebouwen is een wandelroute uitgezet. Met driehoekige wegwijzers in het trottoir leidt François Thurot Corsaire (1727-1760) de wandelaars door het stadje. Deze avontuurlijke in Nuits-Saint-Georges geboren zeevaarder was zowel marineofficier als commandant van kaperschepen en bracht de Engelse zeehandel zware verliezen toe voordat hij bij een gevecht in de Ierse Zee om het leven kwam.
De wandelroute gaat langs een aantal oude wijnhuizen, maar ook langs de gotische Saint-Symphorien kerk. Die dateert uit de jaren 1220-1240 en is door de Cisterciënzer invloed vrij sober. Onderweg is, op het Place de la République het belfort te zien. Deze klokkentoren, gebouwd tussen 1619 en 1629, is het symbool van dit welvarende stadje. Hij werd gebouwd als uitkijktoren en diende later ook gemeentehuis. Alleen de buitenkant van het belfort is te bezichtigen.
Het oude hospice, het Hôpital Saint-Laurent met z’n mooie kapel uit de 17e eeuw en apotheek uit de 18e en 19e eeuw, heeft z’n bestemming als ziekenhuis verloren. Tegenwoordig is het ziekenhuis elders gevestigd, maar de Hospices de Nuits-Saint-Georges bezitten nog altijd hun wijngaarden. Elk jaar in maart worden de wijnen op een prestigieuze veiling, in het nabijgelegen kasteel Le Clos de Vougeot, verkocht. De opbrengsten gaan naar de lokale ziekenzorg.
De Meuzin, het riviertje dat door Nuits-Saint-Georges stroomt, dreef vroeger watermolens aan en voedde de wasplaatsen. Na diverse overstromingen, is de Meuzin echter getemd.
Buiten de bebouwde kom, op de linkeroever van de Meuzin, zijn de resten gevonden van oude Gallo-Romeinse sanctuaria die waren gewijd aan Mithra en van werkplaatsen en woningen met kelders. Een bezoekje brengen aan de opgravingen, Le Site des Bolards, kan alleen via het Musée d’Art et d’Histoire van Nuits-Saint-Georges.
Dit plaatselijke museum, gevestigd in een oud wijnhuis, toont een deel van de archeologische vondsten uit de omgeving. Daarnaast zijn er ook tijdelijke exposities. De zalen met opgravingen uit de Merovingische en Gallo-Romeinse periode bevinden zich in de caves.
Onder Nuits-Saint-Georges zijn tunnels en kelders uitgegraven. Via dit ondergrondse netwerk konden bewoners, in turbulente tijden, zichzelf en hun kostbaarheden in veiligheid stellen.
Het Château Gris, genoemd naar z’n grijze dakpannen, torent boven het stadje uit en heeft de enige wijngaard in Bourgondië die is aangelegd op terrassen. Een ander bijzonder wijnhuis is Les Ursulines, gevestigd op de plek waar ooit Ursulinen nonnen woonden. De cuverie
(wijnmakerij) van dit domein doet denken aan een kathedraal. En dan is er ook nog de prachtige art-nouveau serre van Louis Bouillot waar bezoekers Crémants de Bourgogne kunnen proeven.
In het achterland, bij Fruirouge in Concoeur, wordt cassis verbouwd. Nuits-Saint-Georges heeft hierover een leuk museum/informatiecentrum, het Cassissium. Uiteraard kan daar worden geproefd. Verder is er een cassisroute uitgezet tussen Nuits-Saint-Georges en Dijon.