Kerk Saint-Etienne

Kerk Saint-Etienne

Rue du Charnier 8, 58000, Nevers

Frankrijks meest perfecte monument uit de 11e eeuw: een massieve romaanse kerk met een geschiedenis die teruggaat tot de 7e eeuw en deel uitmaakte van een vrijstaat van Cluny.


Op de plek van de Saint-Etiennekerk in Nevers stonden in de 7e eeuw een vrouwenklooster en een kerk die was gewijd aan Jezus Christus, de heilige Maagd, de heilige Etienne, de heilige Johannes en de Onschuldige Kinderen. Deze abdij raakte echter in verval en verdween.

In 1063 besloot de toenmalige bisschop om het klooster nieuw leven in te blazen. Enkele jaren later, in 1068, werd het overgedragen aan de abdij van Cluny.

De ruim 50 meter lange priorijkerk werd tussen 1063 en 1097 gebouwd en heeft mogelijk de opzet van de Maior Ecclesia van Cluny beïnvloed. De grote 19e-eeuwse Franse architect Viollet-Le-Duc noemde deze romaanse kerk “het meest perfecte monument dat de 11e eeuw heeft nagelaten aan Frankrijk”.

De gevel is massief en oogt als een fort. Opvallend is de architectonische eenheid van het gebouw; vanaf het koor tot aan de vensters die het gewelfde schip verlichten. Het ontwerp is sober en alle aandacht lijkt te zijn uitgegaan naar de structuur.

De architectuur is in de stijl van eind 11e eeuw. Het middenschip wordt ondersteund door hoge zijbeuken , waarboven zich galerijen met halve tongewelven bevinden. Het koor heeft, net als de Maior Ecclesia, een omgang met straalkapellen. De opbouw bestaat uit drie niveaus.

Ook de kloostergebouwen in Nevers zijn in de 11e eeuw herbouwd. Ze werden in 1420 vernield door een brand en in de 18e eeuw nogmaals (gedeeltelijk) herbouwd.

De priorij van Nevers kreeg talkrijke schenkingen en privileges en Saint-Etienne werd eind 11e eeuw een vrijstaat. Als Seigneur mocht Cluny er de rechtspraak uitoefenen. Saint-Etienne fungeerde als een asiel en bood onderdak aan mensen die waren vrijgesteld van belastingen en militaire dienstplicht.

Dankzij alle schenkingen en de ligging aan de route naar Santiago de Compostella, kwam de priorij tot grote bloei. In de 12e eeuw werden de priorij en het stadje omringd door wallen. De privileges gingen in 1585 verloren; toen werd Saint-Etienne ingelijfd bij Nevers.

Tijdens de Franse revolutie werd de kerk onttrokken aan de eredienst en als schuur in gebruik genomen. Toen werden ook de klokkentorens en de narthex verwoest.

Nevers – Erfgoed van Cluny

De Saint-Etiennekerk met de priorij waren vanaf 1068 eigendom van de abdij van Cluny. Voor de inlijving bij Nevers was Saint-Etienne een vrijstaat. Nevers had overigens nog meer Cluniacenzer kloosters: Saint-Victor, Saint-Sauveur en later Notre-Dame.

De band tussen Nevers en Cluny gaat verder terug in de tijd dan de officiële stichting van de abdij van Cluny die omstreeks 910 plaatsvond. De graaf van Auvergne, Guérin, ruilde in 825 bezit in Nevers tegen Cluny. Samen met zijn echtgenote Albane stichtte hij in Cluny een familieklooster waar ze na hun overlijden werden bijgezet. Aan het einde van de 9e eeuw werd dat overgedragen aan een Benedictijner gemeenschap onder leiding van abt Bernon. De bisschop van Nevers was medeondertekenaar van de formele overdrachtsoorkonde in 908.

De relatie tussen Nevers en Cluny zou in de daarop volgende decennia nog intensiever worden. Odo, de opvolger van Bernon, was vaak afwezig en toonde weinig belangstelling voor de gang van zaken in zijn abdij. De graaf van Nevers, Geoffroy, en zijn echtgenote Ava waren daarentegen zeer betrokken bij Cluny en Geoffroy was daarvan bijna 30 jaar advocatus (beschermheer). Hij ondertekende belangrijke documenten voor het klooster en schonk het in 936 een 940 privébezittingen. Nadat hij was overleden, bleven ook zijn kinderen het voormalige familieklooster, met daarin het graf van hun voorouders, steunen.