Saint-Hippolyte

Saint-Hippolyte

Saint-Hippolyte, 71460, Bonnay

De Saint-Hippolyte in Bonnay maakte deel uit van een landgoed dat de monniken van Cluny wijn, granen en hout leverde en was één van de eerste versterkte kerken van Bourgondië.


De 11e-eeuwse Saint-Hippolyte was één van de eerste versterkte kerken van Bourgondië en is al van veraf zichtbaar door de hoge ligging. Hij domineert de vallei van de Guye. Zijn klokkentoren doet denken aan een donjon. Met een lengte van 26,9 meter en een totale breedte van 12,2 meter was het een indrukwekkend en robuust bouwwerk.

Vanaf het midden van de 10e eeuw kregen de monniken van Cluny in deze omgeving grond en rechten cadeau. Ook kochten ze en ruilden ze er grond. Volgens de informatieborden bij de restanten van de kerk trok deze plek destijds al generaties lang bezoekers vanwege een bron die koorts zou genezen.

In de tweede helft van de 11e eeuw voegden de monniken hier hun bezittingen samen tot een goed georganiseerd landgoed. Het werd een agrarisch complex, met maar liefst zeven windmolens, dat zich uitstrekte over drie parochies. Ondanks de relatief arme bodem leverde het de abdij van Cluny een gevarieerde opbrengst op aan wijn, graangewassen en hout.

De Seigneurs Gros, die het kasteel van Brancion bezaten, wilde Saint-Hippolyte ook hebben. De monniken waren daarover ruim 150 jaar met hen in conflict. Pas in 1214, na een arbitrage door de Franse koning, werd Cluny definitief erkend als de eigenaar van het landgoed. De versterking van de locatie dateert uit de 13e eeuw. Daarmee droeg de abt zijn macht als feodale heer uit.

Tegen de 15e eeuw was de kerk in verval geraakt en verlieten de monniken deze locatie. Ze waren al weg toen de Écorcheurs, een gewapende bende die zich schuldig maakte aan plunderingen en afpersing, de plek bezette.

Saint-Hippolyte werd uiteindelijk aan een particulier verkocht en viel vanaf dat moment niet langer onder de jurisdictie van Cluny. De overige gebouwen op het terrein zijn uit de 16e eeuw of van recentere datum.

Het dak, de gevel en de zuilen van de kerk zijn verdwenen. Bezoekers zien nog wel de muren van het schip, het transept en het koor dat wordt geflankeerd door twee kleine apsissen. De klokkentoren boven het koor rust op een koepel. Wie goed kijkt, kan nog sporen van beschilderde decoraties ontdekken.

Bonnay – Erfgoed van Cluny

Op het platteland in de omgeving van Cluny bezat de abdij kleine clusters van gebouwen, vaak gegroepeerd rond een kapel of kerk, die doyennés (dekenaten) werden genoemd. Het waren agrarische centra, plekken voor gastvrijheid, ruimtes waar geschillen werden beslecht en zelfs retraiteoorden. Deze dekenaten, onder leiding van een monnik (de Cluniacenzer deken), gaven vorm aan het gebied rond de abdij en voorzagen in voedsel en wijn voor de bewoners van de kloosters en hun gasten.

L’obedentia de Sancto Ypolito, die sinds de 11e eeuw wordt genoemd in documenten van Cluny, zou uitgroeien tot zo’n rurale kloosternederzetting. Met de productie van wijn, granen en hout hielp dit dekenaat om te voorzien in de behoeften van de abdij. Daarnaast diende het in de 12e en 13e eeuw ook als een plek om conflicten tussen de monniken en de lokale adellijke families te beslechten. Bovendien gold Saint-Hippolyte als een strategisch bezit van de abdij in het noordelijke deel van de regio Cluny.